knipselmap
Wat er over de derde cd geschreven werd.

Fret, november 2002 · tekst Wendy Koops, foto Alex de Groot
Na de onvervalste lo-fi van Almost Summer is King Me met Keep It There een nieuwe weg ingeslagen. Dit keer ontstonden de nummers in de studio, uit de magische samenwerking tussen frontman Michael Milo en producer/muzikant Corno Zwetsloot. — Als doorsnee band met een vaste bezetting en wekelijkse repetities in de oefenruimte bestaat King Me niet meer. Ze spelen nu meer op projectbasis samen, hoewel: ‘Ik heb geen idee hoe je het moet noemen eigenlijk’, aldus frontman Michael Milo. ‘De King Me-mensen mag ik heel graag en we houden van dezelfde muziek, maar toch was het nooit genoeg: het was nooit echt magisch. Dat hebben we op een gegeven moment met zijn allen moeten concluderen. Ondertussen was ik voor de grap bezig met onze producer Corno Zwetsloot van Seesaw. We waren een beetje aan het klooien in de studio en dáár gebeurde het dus wel. In principe hebben we de plaat samen geproduceerd. Leo, de bassist van King Me, Corno en ik vormen zo’n beetje de kern, maar de oorspronkelijke King Me-leden blijven er bij betrokken.’ Milo noemt de band ergens een stel charmante prutsers. ‘Ik hou van een beetje spontane muziek. Daar moet je wel ontzettend goed in zijn, vind ik. Pavement is daar bijvoorbeeld briljant in. Bij ons klonk het eerder rommelig, omdat we niet goed genoeg speelden en deels ook door onkunde. Bij deze plaat heb ik voor het eerst het gevoel dat ik er alles uit heb gehaald wat er in zit.’ — Ben je niet gewoon wat te ambitieus? ‘Ja, absoluut, vreselijk. Daar gaat die plaat eigenlijk ook over; de teleurstellingen die je daarin kunt tegenkomen. Ik maak al jaren muziek maar ik had nooit een plaat gemaakt waarbij je echt tot het gaatje gaat, met mensen die heel goed kunnen spelen. Het heeft me een kwart jaarsalaris gekost, mijn hele vakantie en weet-ik-veel-wat-allemaal, maar ik ben wel tevreden dat ik het een keer gedaan heb.’ De gastmuzikanten komen uit Zoppo, Seesaw, Club Diana en Mashed Potatoes. ‘De gitarist van Zoppo was toevallig in de studio. Verder hebben we per nummer een beetje gekeken welke muzikant het meest geschikt was om te drummen of gitaar te spelen. Voor Belly, het enige een beetje poprock-achtige nummer, hadden we gewoon een heel energieke drummer nodig. Daar hebben we Paul van Zoppo voor gevraagd.’ Een goed nummer kan op 1000 verschillende manieren gespeeld worden, is het credo van Milo. ‘In principe schrijf ik een liedje thuis met een akoestische gitaar of toetsen. Als je een mooi akkoord hebt met een mooie melodie er tegenover en goeie overgangen, dan kun je het op elke manier aankleden.’ Met zo’n kaal nummer doken Corno en hij de studio in en bouwden het laag voor laag op. ‘Meestal vroegen we muzikanten als we er zelf niet uitkwamen en er iemand bij moest komen om het spannender te maken.’ — Keep It Here is veel drukker dan de vorige plaat. ‘Hij is denk ik kaler als je hem beluistert, maar er zitten veel meer lagen in. Sommige geluiden hoor je misschien niet eens, maar als je ze weg laat mis je ze wel. Hij is veel sferischer geworden, het zijn liedjes met een soort soundscape-achtige arrangementen soms. Dat werkt heel goed, vind ik.’ Zelf vindt hij de liedjes zo treurig dat het bijna pijn doet. ‘Als ik heel vrolijk ben, ga ik geen liedjes schrijven, dan ga ik wat leuks doen. Ik hou daar ook van, uit mijn platenkast druipt de melancholie, als het ware. Met alle dingen in het leven die mooi zijn, ben ik ook wel bang om dingen te verliezen. De schaduwkanten van alles bestaan ook. Als ik ga zitten en ik pak een gitaar, dan komt juist dát er uit.’
Afdrukken uit de map