knipselmap
Wat er over de vierde cd geschreven werd.

OOR, 2005 (René Megens)
Studentikoze kotsgeluiden gaan het slot- en dankwoord van Michael Milo aan het eind van Happy Happy vooraf. Niet iets om vrolijk van te worden, dit na één draaibeurt hinderlijke toetje. Een begrafenisondernemer spreekt boeiender. Milo’s tekst gaat bovendien vergezeld van een duf muziekje. Pure anticlimax. Want Happy Happy, het vierde album van de Rotterdamse indiepopband, verdient een ander eind. Loftrompetten, gejuich, klaroengeschal. Fijne variatie (van melancholieke slowcore tot Sonic Youth-jachtigheid), primadeluxe popliedjes, relevant referentiekader, King Me heeft het. De groep is in 1999 vernoemd naar een compositie van Will Oldham. Maar Milo’s muziek sluit ditmaal, met behoud van eigen identiteit (kwetsbare zang), meer aan bij die van Miracle Legion (het vlotte Vera), Lou Reed (het lijzige, lome Perfect) en Pavement (het ondanks een assertieve gitaar luchtige Soaps). En bij Sparklehorse (You Know I Like Blondes, Big Boy Song) en Grandaddy (Back From War, met elegante zang). En over het trage, weemoedige I’ll Go Where The Sun Goes hangt de intrigerende schaduw van Daryll-Ann. Veel zal Happy Happy wel niet verkopen, maar My First Sonny Weismuller heeft ons na King Me’s vorige album Keep It There weer een margepareltje bezorgd.

musicfrom.nl, 20 februari 2005
Michael Milo, voorman van King Me, verhuisde een tijdje terug van Rotterdam naar Deventer en daar blijkt toch een wat andersoortig fluor in het water te zitten dan in de Maasstad. We kunnen tenminste wel spreken van een lichte koerswijziging in het King Me-idioom. Bij de eerste albums was er natuurlijk de veelal aanwezige Will Oldham-feel, maar die is na het vorige, vrij experimentele album, zo goed als verdampt. Nog steeds kunnen mensen met een goed humeur beter met een grote boog om King Me heen, zij die regelmatig last hebben van spleen (het woordenboek zegt: zwaarmoedigheid, gebrek aan levenslust) vinden in ‘Happy Happy’ echter drijfzand genoeg om nog wat verder weg te zakken. Zo kun je de titel uitleggen hoe het uitkomt, altijd handig! Op ‘Happy Happy’ zoekt de band veel meer het gebied van Smog en Sparklehorse en is Milo’s regelmatige omgang met de mannen van Club Diana ook niet zonder gevolgen gebleven. Niet dat er een enorme ommekeer te melden valt, maar er is nu in een aantal gevallen duidelijk sprake van gitaarliedjes die wat betreft muziek makkelijker blijven hangen. Dat geldt nog niet voor de getormenteerde zang en de teksten van Milo, voordat die echt onder je huid kruipen zijn wel een paar draairondjes nodig. Dat mag echter geen beletsel zijn, want dat geduld blijft niet zonder gevolgen. Wie een voorkeur heeft voor melancholisch komt op het vierde King Me album namelijk weer ruimschoots aan zijn trekken. In elk nummer is wel iets speciaals te ontdekken. Onder andere trompet, cello, viool, synthesizer, trombone, piano en zelfs zwaar gierende gitaren zorgen er voor dat elk nummer een eigen karakter heeft en je voortdurend geboeid wordt. Na verloop van tijd vallen de muntstukjes op hun plaats en laat ‘Happy Happy’ zich draaien als een uiterst sterk album, waarop geen zwakke plekken te ontdekken zijn. Waarschijnlijk is dit album zelfs de beste King Me langspeler tot nu toe. Na afloop iets teveel weggezakt in het spleen-drijfzand? Neem een kopje of schoteltje koffie, er is genoeg!
Afdrukken uit de map